Landelijke medewerkersbenchmark PO & VO 2025/2026: wat zijn de trends? Download hier het rapport.
De benchmark voor het onderwijs is niet zomaar een lijstje met cijfers. Het is een instrument dat scholen richting geeft — mits de data actueel en relevant zijn. “Een goed gevulde én actuele benchmark maakt het verschil tussen zomaar data en echte inzichten waarmee scholen stappen kunnen zetten”, zegt senior onderzoeker Raoul Hakkenberg van Gaasbeek.
Elke zomer analyseert Raoul met zijn team data van 35.000 medewerkers van 850 scholen. Het resultaat is een nieuwe benchmark over de afgelopen twee schooljaren. “Omdat ontwikkelingen in het onderwijsveld snel kunnen gaan, moet je benchmark altijd up-to-date zijn.”
Waarom een actuele benchmark belangrijk is, wordt duidelijk wanneer je inzoomt op thema’s die in vrijwel elke school spelen. “Neem werkdruk”, zegt Raoul. “Geen enkele school scoort daar uitzonderlijk goed op. Het is een thema dat meestal onderaan bungelt, dus een lage score hoeft geen verrassing te zijn. Maar juist dan is het belangrijk te zien: hoe verhoud ik me tot het landelijke beeld? Waar wijken wij echt af? En waar doen we het juist opvallend goed?”
Raoul legt uit dat een benchmark helpt om keuzes te maken. Stel: je scoort een 7 op werkdruk terwijl de benchmark een 6 is. Dan kun je je afvragen of daar de grootste winst te behalen valt. Misschien scoor je op communicatie óók een 7, maar is de benchmark daar een 8. Dan ligt daar mogelijk meer ontwikkelruimte.”
Zonder benchmark staat een score op zichzelf. “Je weet wat er binnen je eigen school speelt en je kunt vergelijken met eerdere jaren, maar je kunt je niet spiegelen aan een bredere context. En juist dat spiegelen levert waardevolle inzichten op.”
Hoewel medewerkers vooral de acties merken die uit onderzoek voortkomen, speelt de kracht van een goede analyse volgens Raoul een belangrijke rol in draagvlak. “Als personeel voelt dat er écht naar hen wordt geluisterd en dat beslissingen gestoeld zijn op goede data, vergroot dat de betrokkenheid.”
Het onderwijs is bovendien geen doorsnee sector. Raoul benadrukt dat de dynamiek en cultuur in scholen sterk verschillen van die in de zakelijke markt. “Daarom hebben we een aparte onderzoekstak specifiek voor het onderwijs. De manier waarop medewerkers hun werk beleven, de thema’s die spelen, en de factoren die bijdragen aan werkplezier of werkdruk: dat is echt anders dan in andere branches.”
Ook de ontwikkelingen in het onderwijsveld veranderen snel. “Thema’s verschuiven door nieuwe beleidskeuzes of maatschappelijke trends. Juist daarom is het belangrijk dat scholen zich spiegelen aan een benchmark die is opgebouwd uit vergelijkbare populaties. Geen appels met peren vergelijken.”
Dankzij de grote hoeveelheid onderzoeken beschikt Raoul bovendien over rijke subcategorie-data. “We kunnen eventueel uitsplitsen naar leeftijd, schoolomvang, aantal dienstjaren, regio, noem maar op. Zo kun je heel gericht kijken: waar liggen onze risico’s? Wat werkt voor scholen zoals de onze? Op deze manier wordt de benchmark niet alleen een meetinstrument, maar een kompas waarmee scholen hun kwaliteit gericht kunnen versterken.”