Landelijke medewerkersbenchmark PO & VO 2025/2026: wat zijn de trends? Download hier het rapport.
Veel scholen doen onderzoek. Bijvoorbeeld naar de tevredenheid van medewerkers, ouders en leerlingen. Maar hoe gebruik je de resultaten om je onderwijs écht te verbeteren? Of de werkdruk structureel te verlagen? Roeland Stehmann (senior-adviseur bij DUO-Onderwijs) helpt scholen om uitkomsten te verbinden aan concrete acties. Met 25 jaar ervaring en ruim 300 schoolbezoeken kent hij de praktijk van binnenuit.
Het klinkt simpel: je doet onderzoek, kijkt naar de resultaten en verbetert je school. Toch lukt dit maar weinig scholen echt goed. ‘Het is het beste als onderzoek geen momentopname is’, zegt Roeland. ‘Het wordt idealiter onderdeel van hoe je als school voortdurend leert en groeit. Het gaat om een continu proces van meten, reflecteren, kiezen en ontwikkelen. Het is en blijft mensenwerk. Als je onderzoeksresultaten wilt gebruiken om je onderwijs of organisatie duurzaam te verbeteren, is het daarom belangrijk om te zorgen voor een effectgerichte, gestructureerde aanpak.’
Een onderzoek levert vaak meerdere verbeterpunten op. De vraag is: met welke ga je aan de slag? ‘Iedereen heeft zijn eigen stokpaardje’, zegt Roeland. ‘De directeur wil werken aan communicatie, een leraar aan werkdruk, een ander aan een nieuw leerplein. Ik zie vaak dat scholen met alles tegelijk aan de slag willen. Dat werkt niet. Keuzes maken is onvermijdelijk.’
DUO-Onderwijs helpt scholen hierbij. ‘We kijken van buitenaf mee en helpen bij het maken van keuzes. Welke problemen zijn het belangrijkst? Wat is realistisch om aan te pakken?’ Het voordeel is dat Roeland en zijn collega’s het onderwijs kennen én niet bij de school werken. Ze kunnen daarom neutraal meekijken en begeleiden. ‘Dat is onze kracht’, zegt hij. ‘In een schoolteam heeft iedereen zijn eigen mening en belangen. Dat maakt kiezen lastig. Met onze expertise en objectieve blik helpen we scholen om hun onderzoeksresultaten te vertalen naar concrete en haalbare acties. Dat is niet alleen effectief, maar zorgt ook voor rust en stabiliteit in de school.’
Roeland ziet dat de manier waarop scholen onderzoek doen, verandert. ‘In plaats van eens in de paar jaar een uitgebreid medewerkerstevredenheidsonderzoek te doen, kiezen ze nu bijvoorbeeld vaker voor kortere en gerichtere metingen. Deze kleinere peilmomenten geven sneller inzicht en maken het makkelijker om meteen actie te ondernemen.’ Zo besloot een school het traditionele onderzoek op te splitsen in acht korte metingen verspreid over twee jaar. De intentie? Snellere terugkoppeling én directe opvolging realiseren.
Niet alleen de frequentie verandert, ook de manier waarop scholen over onderzoek communiceren wordt anders. ‘Vroeger bepaalde een klein groepje in de schoolleiding de vragen’, zegt Roeland. ‘Medewerkers en ouders kregen weinig informatie over de voortgang en de resultaten. Dat is nu anders. Scholen zijn transparanter geworden en gebruiken onderzoek steeds vaker als manier om met elkaar in gesprek te gaan. Dat vergroot het draagvlak én de betrokkenheid. Mensen willen weten wat er met hun input gebeurt.’
Onderzoek is waardevol wanneer het richting geeft aan ontwikkeling. Bijvoorbeeld door de juiste scholing te kiezen die past bij de verbeterpunten uit de onderzoeksresultaten. Roeland ziet dat scholen daar steeds bewuster mee omgaan. ‘De focus verandert. Waar eerder vooral gekeken werd óf een actie was uitgevoerd, draait het nu meer om wat een interventie heeft opgeleverd.’
Die verschuiving naar effectgericht werken vindt hij een positieve ontwikkeling. ‘Een training aanbieden op basis van onderzoeksuitkomsten is een goede eerste stap. Maar het echte verschil zie je pas in de praktijk. Bijvoorbeeld wanneer leraren na zo’n training merkbaar betere gesprekken voeren met hun leerlingen. Dán weet je dat het beleid ook echt werkt.’
Elke tijd kent zijn eigen thema’s en uitdagingen. DUO-Onderwijs heeft een brede benchmark. Welke signalen krijgt Roeland uit het primair en voortgezet onderwijs? ‘Op veel scholen is werkdruk een terugkerend thema’, zegt Roeland. ‘Vooral als het gaat om de begeleiding van leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte. Scholen geven aan dat ze niet altijd over voldoende tijd en middelen beschikken om deze leerlingen passend te ondersteunen. Ook de tevredenheid van medewerkers staat hoog op de agenda. Factoren zoals werkdruk en ondersteuning vanuit de schoolleiding spelen daarin een grote rol.’
Roeland hoopt dat steeds meer scholen de vertaalslag maken van onderzoek naar ontwikkeling. Het liefste ziet hij dat alle onderwijsinstellingen regelmatig meten, resultaten delen en de effecten monitoren. ‘Zo ontstaat een doorlopende cyclus van leren en verbeteren waardoor scholen gericht kunnen werken aan een fijne en sterke leeromgeving.’ Voor Roeland is het simpel: ‘Het gaat om kinderen en jongeren. Zij verdienen een school waar ze zich veilig voelen en zich kunnen ontwikkelen. En dat lukt als je samen van meten, naar gericht kiezen en daarna naar actie overgaat.’